De Tijdmachine…

Jong-en-Oud
Op een mooie zomerdag liep Olifant tevreden door zijn tuin. De bloemen bloeiden en alles stond er prachtig bij. Wat is het leven toch fijn, dacht hij. Zo mag het eeuwig duren.

Daar kwam zijn vriend Krokodil aanwandelen. ‘Gefeliciteerd met je verjaardag!’ riep hij. ‘Da’s waar ook,’ zei Olifant, ‘ik was het bijna vergeten.’

‘Alweer een jaartje ouder,’ zei Krokodil hartelijk. ‘Ik heb wat voor je meegebracht,’ zei Krokodil geheimzinnig en hij gaf een pakje aan Olifant.

‘Wat zit erin?’ vroeg Olifant nieuwsgierig. ‘Een tijdmachine,’ zei Krokodil. ‘Daar kun je de tijd mee meten.’ ‘Het tikt, wat leuk,’ zei Olifant. ‘Ja, iedere tik is een seconde, zestig tikken is een minuut en na zestig minuten is er een uur voorbij.’

Olifant vond dat getik wel gezellig en hij was erg blij met het mooie geschenk. Plotseling begon het apparaat te ratelen. Een vogeltje kwam te voorschijn en riep: ‘Koekoek’, vijfmaal achter elkaar. ‘Het is vijf uur,’ zei Krokodil, ‘tijd om naar huis te gaan.’

De eerste dagen genoot Olifant volop van zijn cadeau. Ieder uur kwam het vogeltje naar buiten om te zeggen hoe laat het was. Dat bracht rust en orde in het leven en Olifant was gelukkig.

Maar zijn geluk duurde niet zo lang. Al spoedig ontdekte hij hoe snel de tijd eigenlijk ging. Als hij in bed lag, ging het tikken onverstoorbaar door. …58, 59, 60, telde Olifant. Weer een minuut voorbij. Zo word ik alsmaar ouder, dat gaat me veel te vlug!

De tijdmachine beviel hem helemaal niet meer. Hij zette hem in de kast zodat hij het getik niet meer zou horen. Maar dat hielp niet veel. ’t Was net of hij nog harder tikte: tik-tak, tik-tak, en de tijd ging maar voort.

Zo kan ik niet leven, dacht Olifant. Zonder de tijdmachine was ik veel gelukkiger. Ik had tijd in overvloed. Weg met dat ding! En hij smeet de machine de deur uit. Ver weg viel hij in het gras, maar hij tikte rustig verder. Tik-tak, tik-tak, seconde na seconde.

Woedend stampte Olifant de tijdmachine in elkaar. Veertjes en radertjes vlogen in het rond. Nog één keer riep het vogeltje ‘Koekoek’ en toen was het stil. Opgelucht haalde Olifant adem. Ziezo, nu kon hij weer rustig verder leven, voor altijd.

Krokodil, die het lawaai hoorde, kwam ongerust aanrennen. ‘Wat heb je nu gedaan?’ vroeg hij onthutst. ‘Ik heb de tijd stilgezet,’ zei Olifant. ‘Het was een mooi cadeau, maar het leven ging me veel te snel. Steeds was ik weer een dag ouder.’

‘Maar goede vriend, de tijd kun je niet stoppen, die gaat altijd door,’ zei Krokodil rustig. ‘Kijk daar maar eens.’ En hij wees naar de horizon. Olifant keek en zag de zon, die net onderging. ‘De ondergaande zon, dat is iedere dag zo,’ zei Olifant.

‘Juist,’ zei Krokodil, ‘dat betekent dat er weer een dag voorbij is en dat we allemaal weer een dagje ouder zijn.’ ‘Nu snap ik het!’ riep Olifant. ‘Iedereen wordt dus ouder, want als je niet ouder werd, zou je altijd een kind blijven.’ ‘Precies,’ zei Krokodil, ‘En als je héél oud bent, dan ga je dood…’

(Bron: Olifant en de tijdmachine – Max Velthuijs)